02 juli 2014

Canada

Van 29 mei tot 2 juli 2014 zijn we in het westen van Canada geweest. Het was niet ons eerste bezoek aan dit land en zelfs niet aan dit deel van het land, we waren er ook al in 1993, maar we wilden graag nog een keer terug om te kijken of we het land nog steeds zo mooi zouden vinden na ruim 20 jaar extra reiservaring.
We wisten dat juni relatief vroeg is voor een bezoek aan dit deel van Canada, omdat er hoger in de bergen nog veel sneeuw kan liggen en wij juist van bergwandelen houden. Maar liever af en toe wat sneeuw dan de grote drukte in juli en augustus, wanneer je zelfs alle campings al ruim van tevoren moet reserveren. We hadden alleen de pech dat er dit jaar relatief laat nog veel sneeuw was gevallen, waardoor 'af en toe wat sneeuw' nu neerkwam op metersdikke sneeuw, wat het wandelen soms een stuk lastiger maakte.
Maar na een jaar wereldreis was het wel relaxed om een wat gemakkelijker vakantie te hebben, met huurauto, campings en supermarkten, in een land waar alles perfect geregeld en aangegeven is en waar je je goed verstaanbaar kunt maken.

Reisroute
Vancouver - Vancouver Island (Strathcona Provincial Park - Port Hardy - Cape Scott Provincial Park - Qualicum Falls Provincial Park - Duncan - Port Renfrew - Victoria) - Vancouver - Alice Lakes Provincial Park - Garibaldi Provincial Park - Whistler - 100 Mile House - Wells Gray Provincial Park - Mt. Robson Provincial Park - Jasper National Park - Lake Louise - Calgary - Kananaskis Country - Banff National Park - Kootenay National Park - Yoho National Park - Glacier National Park - Mt. Revelstoke National Park - Kelowna - EC Manning Provincial Park - Vancouver

We vlogen met British Airways via Londen naar Vancouver, maar op Heathrow bleef ons vliegtuig vanwege een technische storing urenlang naast de startbaan staan. Uiteindelijk werd de vlucht geannuleerd en werden alle 400 passagiers in hotels ondergebracht. Wat een luxe, het Blu Edwardian Radisson hotel, al vijf keer gekozen tot 's werelds beste airport hotel, onze vorige gemiste vlucht leverde een nacht op de grond van het vliegveld van Kuala Lumpur op... Een klein nadeel was wel dat we na het ontbijt thuis om 5 uur 's ochtends pas 's avonds om half 10 onze volgende maaltijd kregen.

De volgende middag waagde een ander vliegtuig een nieuwe poging en deze keer met succes. Onderweg hadden we een prachtig uitzicht op de baaien vol drijvende ijsschotsen in de buurt van Groenland.

Gelukkig stond onze huurauto nog te wachten op Vancouver Airport: een zilvergrijze Chevrolet Cruze met slechts 1050 km op de teller, een mooie upgrade van de door ons gereserveerde economy car!

We reden dwars door Vancouver naar een camping, waar we goed sliepen en zo ongemerkt al aan het tijdsverschil gewend waren. De volgende dag regelden we een aantal praktische zaken in de stad (campinggasjes, wegenkaarten, 15 meter 'beren'-touw om onze etenswaren in een boom te kunnen takelen, waterzuiveringsset) en namen daana de boot naar Vancouver Island.

Vanuit Nanaimo reden we eerst naar het bergachtige centrum van het eiland, waar we meteen al flink moesten klimmen op een mooie, rustige wandeling in Strathcona Provincial Park.


Daarna reden we verder naar het noordelijkste puntje, naar Port Hardy, waar we (op de camping!) onze eerste beer tegenkwamen. Er zouden er nog vele volgen...


We reden bijna 100 kilometer over onverharde wegen, altijd extra spannend in een huurauto, naar Cape Scott Provincial Park. Daar liepen we naar een prachtig, verlaten strand, één van de mooiste plekken van deze Canada-reis.

Via een smal, spannend pad door het regenwoud, waar we helemaal niemand tegenkwamen, over boomwortels, door modder met verse beren- en wolvensporen (hadden we nu toch die berenbel maar gekocht...),

bereikten we een volgend verlaten strand.

De volgende dag reden we terug naar de bewoonde wereld, via Port Hardy een heel stuk naar het zuiden, naar Little Qualicum Falls Provincial Park, waar we 's avonds vanaf de camping in het park nog even naar de watervallen liepen.

Via de wijngebieden (en totempalen) in de omgeving van Duncan, reden we, uiteraard na het bezoeken van een aantal wijnproeverijen, verder naar de westkust.

De belangrijkste reden voor ons om naar Vancouver Island te gaan, was eigenlijk om de West Coast Trail te lopen. Maar tot onze grote teleurstelling kon dit niet doorgaan door een knieblessure van G., waardoor het onverantwoord was om deze afgelegen, als erg zwaar bekend staande route van een week met rugzak en tent te lopen.

Om toch nog iets van dit gedeelte van de ruige westkust te zien, liepen we vanuit Port Renfrew één dag van de Juan de Fuca Marine Trail. We liepen weer door regenwoud, hadden regelmatig uitzicht op de kust en zagen zelfs in de verte orca's zwemmen.

De laatste dag op Vancouver Island brachten we door in Victoria, de hoofdstad van het eiland, waar we het bekende British Columbia Parliament Building van binnen en buiten bekeken.

Met de boot van BC Ferries voeren we terug naar het vasteland. We kozen op de terugweg voor een wat zuidelijker vaarroute dan op de heenweg, zodat we uitzicht hadden op de besneeuwde bergen van Olympic National Park in de Verenigde Staten.


Vanuit Vancouver reden we naar het noorden, naar de bekende wintersportplaats Whistler, waar in 2010 de Olympische Winterspelen zijn gehouden. We bekeken natuurlijk Olympic Plaza.

In de omgeving van Whistler vonden we een leuke kampeerplek. We hebben in Canada vrijwel elke nacht gekampeerd, zoveel mogelijk in de Provinciale en Nationale Parken. Altijd op eenvoudige campings, met weinig voorzieningen, vaak geen stromend water en een gat in de grond met vier schotjes eromheen als toilet. Maar wel altijd prachtige, ruime plaatsen met een picknicktafel en een vuurplaats.


Op José's verjaardag maakten we een prachtige wandeling in Garibaldi Lakes Provincial Park, waar we meer sneeuw tegenkwamen dan gehoopt. Maar gelukkig hadden we gamaschen bij ons.

De wandeling eindigde bij een prachtig blauw bergmeer, tenminste, dat had het moeten zijn, maar nu was het nog volledig bedekt met sneeuw en ijs.


En als verjaardagseten hadden we kaasfondue. Wel een roze omdat we alleen rode wijn hadden, maar dat smaakt ook prima.


Via een mooie route langs bergen, meren en watervallen reden we via 100 Mile House naar Wells Gray Provincial Park. 

In dit 5000 vierkante kilometer grote park zijn de prachtige watervallen de grootste attractie.

Soms moet je wat over hebben voor een mooie foto, in dit geval een gratis douche.
 
En inderdaad was 'ie erg dichtbij...


Na nog een dag wandelen tussen de watervallen was het tijd om de echte Rocky Mountains in te gaan. Als eerste reden we naar Mt. Robson Nationl Park. Mt. Robson is met 3954 meter meteen de hoogste berg van de Rockies. Op de dag van aankomst hing de bergtop gedeeltelijk in de wolken, maar na een nachtje kamperen aan de voet van de berg, hadden we de volgende morgen geluk en stak hij mooi af tegen een blauwe hemel.


We maakten daarom een mooie wandeling naar Kinney Lake. Het pad ging door halfopen bos, langs een riviertje, met regelmatig uitzicht op Mt. Robson en andere hoge bergen. 

Het meer lag er prachtig bij.


Daarna reden we verder naar Jasper National Park, één van de bekendste parken in de Rocky Mountains, waar we dan ook snel naar een camping reden om zeker te zijn van een plekje voor onze tent. 's Middags reden we via een prachtige route naar Maligne Lake.


We liepen aan het eind van de middag, toen de parkeerplaats gelukkig wat leger begon te raken, een eind de berg op naar Bald Hills voor een uitzicht van bovenaf op het meer.


De volgende dag reden we een stuk van de Icefield Parkway, een weg die bekend staat als één van de mooiste routes ter wereld. We reden langs prachtige bergen, meren en watervallen.


Overal waren parkeerplaatsen met uitzichtpunten, zoals hier bij Athabasca Falls.


Onderweg kon je meestal aan de geparkeerde auto's al zien dat er dieren in de buurt van de weg rondscharrelden. De richtlijnen om vooral afstand te houden en in de auto te blijven, werden (helaas) massaal genegeerd, hier bij een paar mountain goats, maar net zo goed bij beren.


We eindigde de dag op een camping bij de Columbia Icefields.


Wij deden niet mee aan het toeristische circus van gletsjer-bussen en -wandelingen, maar bekeken de gletsjers van gepaste afstand tijdens een prachtige avondwandeling aan de overkant van het dal.


Ook de volgende ochtend was het nog niet rustiger geworden bij de gletsjers, busladingen Chinese toeristen stonden in lange rijen te wachten op hun gletsjer-tour. Dus wij reden snel verder en maakten een prachtige én rustige wandeling naar Glacier Lake.


Bighorn sheep op de weg.


We maakten nog een kort wandelingetje naar een uitzichtpunt op het felblauwe Peyto Lake dat gelukkig al helemaal sneeuwvrij was.


Een grizzly vlak langs de weg!


En nog een beer met twee verschillend gekleurde jongen!


Via Lake Louise reden we naar Moraine Lake, een bekend plaatje.


Daarvandaan maakten we een wandeling naar Consolation Lakes, deels nog door de sneeuw.


Daarna snel verder naar Banff, waar we een duik namen in de hot springs. Niet alleen leuk en lekker warm, maar ook hard nodig na een week kamperen op primitieve campings zonder douche.


Dit was helemaal nodig omdat we een paar dagen op familiebezoek gingen in Calgary, bij Gerbert's neef Peter en zijn vrouw Sharon. Het was erg leuk om elkaar weer terug te zien na zoveel jaar. Hun vier dochters hadden we zelfs twintig jaar niet gezien. De hele familie was opgetrommeld voor een barbecue in de achtertuin...


... natuurlijk met heerlijke s'mores (2 biscuitjes met een gesmolten marshmellow en chocola ertussen).


We bekeken Calgary van bovenaf, vanaf de 190 meter hoge Calgary Tower. Een deel van het viewing platform had een glazen vloer, een heel bijzonder gevoel om hier op te stappen en tussen je voeten door de auto's diep onder je te zien rijden.


Met Peter en Sharon gingen we een dag naar Kananaskis Country, waar we een mooie, maar niet altijd gemakkelijke wandeling maakten: veel sneeuw op het pad en een weggeslagen brug zorgden voor behoorlijke hindernissen.


Maar het was de moeite waard, het eindpunt Rawson Lake, hoewel nog helemaal bedekt met sneeuw, lag er prachtig bij.


We namen afscheid van de familie en gingen met z'n tweeën nog even terug naar Kananaskis voor een wandeling over Jumpingpound Ridge. Veel bloemen, een prachtig uitzicht, maar het was nu vooral heerlijk rustig, want het was maandag en alle dagjesmensen uit Calgary waren weer aan het werk, zodat we helemaal niemand tegen kwamen.


We reden terug naar Banff National Park en via de Bow Valley Parkway en Kootenay National Park, waar we een regenachtige wandeling maakten naar Stanley Glacier, naar Lake Louise, dat helaas helemaal in de wolken lag.


De volgende dag, in Yoho National Park, was het gelukkig beter weer. We klommen over een steil, rustig pad naar de hoodoos, typische rotsformaties gevormd door erosie.


Over een onverharde weg reden we naar een recreational campground in de buurt van Golden. Het was een kleinschalige, rustige camping en uiteindelijk ook nog gratis omdat niemand het kampeergeld kwam innen en er geen honesty box was.


In de schemering maakten we nog een korte wandeling naar het meertje bij de camping, toen we vlak voor ons ineens 3 kleine, zwarte beertjes in een boom zagen klimmen! In de struiken naast ons hoorden we geritsel: de moederbeer. De meest riskante situatie: een beer met jongen en net nu lag onze berenbel in de tent... We probeerden zo snel mogelijk weg te komen zonder te rennen (want dat mag niet) en zagen toen de drie beertjes één voor één de weg oversteken, naar hun moeder toe. We bleven nog even wachten, maar toen het geritsel weer erg dichtbij kwam, lieten we het meertje maar voor lief en liepen terug naar de tent.


Tijdens de laatste wandeldag in de Rockies, in Glacier National Park, hadden we prima weer én het was meteen ook de mooiste wandeling. We klommen door een zijdal richting een pas, eerst nog tussen het groen en de bloemen...


 ... maar na een tijdje verdween het pad in de sneeuw. Tijd om de gamaschen aan te trekken.


Na een uur klimmen door de sneeuw, het laatste stuk steil omhoog...


... bereikten we uiteindelijk de pas, vanwaar we een prachtig uitzicht hadden. Extra leuk was dat we die dag de enige wandelaars op de pas waren, alle anderen maakten bij de sneeuw rechtsomkeert.


Op de terugweg naar Vancouver hadden we keus uit een aantal routes en we kozen voor de weg via Kelowna om nog even een heel ander beeld van Canada te zien: fruitbomen en wijngaarden. We vonden een leuke, kleine camping tussen de appelbomen.


De volgende dag gingen we wijn proeven in de omgeving van Kelowna, bij Cedar Creek winery, Summerhill Pyramid winery en Mission Hill Family Estate.


We lunchten aan Okanagan Lake, heerlijk in de zon bij 25°C, fijn om het weer eens lekker warm te hebben!


Helaas was het al snel weer tijd om verder te rijden richting Vancouver. We waren blij dat we nog een kampeerplekje vonden in EC Manning Provincial Park, want het was Canada Day weekend en daardoor erg druk.


We reden nog even naar Cascade Lookout voor een prachtig uitzicht op een aantal witte toppen in Amerika (we zaten maar zo'n 10 kilometer van de grens). En we zaten voor het eerst tussen echt veel bloemen.


De laatste dag brachten we door in Vancouver, waar we nog wat laatste inkopen deden en een rondje liepen langs een aantal attracties van de stad, zoals Canada Place, Vancouver's versie van Sydney's Opera House, waar cruiseschepen en watervliegtuigen aanmeren.


Toen was het helaas weer tijd om de rugzakken in te pakken. Dat viel nog niet mee, want Canada is voor sommige spullen, zoals buitensportartikelen, goedkoper dan Nederland, dus we hadden wat meer bagage dan op de heenweg...


Conclusie: Canada is en blijft een prachtig land, maar het vinden van een geschikte reistijd valt niet mee. Om in de bergen te kunnen wandelen was juni eigenlijk aan de vroege kant, maar qua drukte was juni lang niet vroeg genoeg. Wij zouden hier niet graag in het echte hoogseizoen rondreizen. Volgende keer toch maar weer in het najaar?